Hoe integreer je auto- en fietsdelen in nieuwe woonprojecten?
Wil je deelwagens of deelfietsen rechtstreeks integreren in een nieuw woonproject, maar weet je niet goed hoe je eraan moet beginnen? Hieronder vind je alle to do’s!
Hoe gebruik je deze checklist?
De acties die je moet ondernemen zijn opgedeeld in vier fasen. Per actie is aangeduid wie hiervoor verantwoordelijk is: het lokaal bestuur, de vergunningaanvrager of de aanbieder van deelmobiliteit. Wanneer je auto- of fietsdelen succesvol wil implementeren in jouw bouwproject, moet je ervoor zorgen dat de acties per fase worden uitgevoerd. We stelden deze lijst samen met de ondertekenaars van de Green Deal Deelmobiliteit en wonen.
Welke vormen van deelmobiliteit kan je integreren?
Er zijn verschillende vormen en aanbieders van gedeelde mobiliteit. In principe kan je al deze vormen in je woonproject implementeren. Hier vind je enkele overzichten:
- Een aanbodskaart waarop je alle deelvoertuigen kan vinden
- Een overzicht van autodelen
- Een overzicht van fietsdelen
- Een overzicht van deelsteps en -scooters
- Een overzicht van aanbieders die inzetten op deelmobiliteit in woonomgevingen
Bepaal doelstellingen voor je aan de integratie begint
Er zijn verschillende redenen waarom deelmobiliteit in woonprojecten een goed idee is.
Deelwagens verminderen het aantal parkeerplaatsen en besparen daardoor ruimte in je woonproject. Daarnaast vergroten deelwagens en deelfietsen in woonprojecten ook het aanbod aan deelmobiliteit voor de hele gemeente.
Wat ook de reden is om deelmobiliteit te voorzien in een woonproject, het is vooral belangrijk dat je ze vooraf bepaalt. Mogelijke doelstellingen zijn:
- je wil het aantal privéwagens en privéparkeerplaatsen verlagen in het project door bewoners een alternatief te geven
- je wil een aanbod aan deelauto’s, -fietsen of -steps creëren op een locatie waar nog geen aanbod is
- je wil het aantal privéauto’s in het straatbeeld verminderen
- je wil het aantal ritten met privéauto’s verminderen in een bepaalde wijk
- je wil meer verplaatsingen met de fiets (of step) stimuleren
Vooral lokale besturen zijn verantwoordelijk voor het uitstippelen van een visie over deelmobiliteit en ruimtelijke ordening. Alleen zo kunnen ze ook het juiste wetgevend kader opstellen.
Fase 1: voorontwerp
Je onderneemt twee acties:
- Bepaal welke vorm van auto- of fietsdelen geïntegreerd kan worden
- Leg de verantwoordelijkheden vast
1 Bepaal de vorm van deelmobiliteit
Bepaal samen op welke manier deelmobiliteit geïntegreerd kan worden in het woonproject. Elke partij geeft zijn eigen input:
- Het lokaal bestuur heeft een visie op ruimtelijke ordening en mobiliteit en weet op welke locaties en voor welke projecten in de gemeente een aanbod aan (elektrisch) auto- en fietsdelen relevant kan zijn. Ze heeft daarvoor ook de juiste ruimtelijke regelgeving opgesteld.
- De bouwheer heeft een projectplan uitgewerkt met aandacht voor duurzame mobiliteit. Hij onderzoekt, al dan niet met ondersteuning van een mobiliteitsbureau, welk aanbod aan deelmobiliteit relevant is binnen het project en hoe dit aanbod het bestaande aanbod aan duurzame mobiliteit in de buurt kan aanvullen. Hij houdt al in het voorontwerp rekening met de toegankelijkheid van standplaatsen voor auto- en fietsdelen (zie fase 2).
- De aanbieder van gedeelde mobiliteit geeft advies over het succes van deelmobiliteit en over hoe deelmobiliteit in het ontwerp kan passen..
- De (buurt)bewoners van het project geven aan welke mobiliteitsnoden ze hebben en welk aanbod aan deelmobiliteit relevant is voor de buurt.
De input van de verschillende partijen geeft zo een idee welk aanbod interessant is voor het project. Enkele aandachtspunten:
- Eén is meestal geen wanneer het over auto- of fietsdelen gaat. Voorzie je maar één deelauto of -fiets, dan heeft de gebruiker het gevoel dat die niet genoeg beschikbaar is.
- Het aantal voertuigen en het gekozen deelsysteem is steeds op maat van het project en gevarieerd. Hoe groter het project, hoe meer potentiële gebruikers en hoe meer (verschillende) deelvoertuigen nuttig zullen zijn. Kleine en grote voertuigen vullen elkaar aan: zo is er een voertuig voor elke soort verplaatsing. Integreer alleen voertuigen die door de bewoners gebruikt zullen worden. Voor bewoners die niet (kunnen) autorijden hoef je geen deelauto’s te voorzien.
- Bij grotere aantallen deelauto’s en -fietsen rol je ze best gefaseerd uit. Plaats alleen voertuigen bij wanneer de vraag ook stijgt.
- Denk aan de transitie naar elektrische mobiliteit en voorzie, waar mogelijk, elektrische deelwagens. Hou rekening met laadinfrastructuur in het ontwerp.
2 Leg verantwoordelijkheden vast
Auto- en fietsdelen integreren in een woonproject is enkel succesvol dankzij goede afspraken. Bepaal wie welke taken uitvoert om deelauto’s of -fietsen in het project te krijgen.
- Afhankelijk van de wetgevend kader zal de bouwheer of het lokaal bestuur de standplaatsen voor deelmobiliteit voorzien.
- De aanbieder voorziet vervolgens deelauto’s en deelfietsen en ondersteunt bij de registratie, reservatie en facturatie. De voertuigen kunnen in het bezit van de aanbieder zijn of van (buurt)bewoners die hun eigen wagen of fiets willen delen.
- De aanbieder, bouwheer en het lokaal bestuur staan samen in voor een goede communicatie over auto- en fietsdelen naar de (buurt)bewoners (zie fase 2,3 en 4).
De verantwoordelijkheden worden in bijna alle gevallen vastgelegd in een contract (met opschortende voorwaarden) tussen de aanbieder, de bouwheer, en/of het lokaal bestuur. De bouwheer neemt eventuele verantwoordelijkheden voor de nieuwe bewoners (zoals het beheer van het contract met de aanbieder of het onderhouden van een standplaats) op in de koopakte. In de meeste scenario’s dienen de bewoners echter geen verantwoordelijkheden te dragen.
Fase 2: vergunning
Je onderneemt drie acties:
- Beslis hoe de deelauto’s en -fietsen voorzien worden
- Richt de standplaats in
- Communiceer
1 Beslis hoe deelauto's en -fietsen voorzien worden
Er zijn vier verschillende manieren om een deelauto of -fiets te implementeren in een woonproject. Verschillende aanbieders kunnen je ondersteunen bij het voorzien van deelmobiliteit in je project. De autodeelaanbieders in deze lijst voldoen ook aan de voorwaarden van het label autodelen, waardoor je zeker weet dat het autodeelsysteem aan minimale kwaliteitseisen voldoet.
Auto- of fietsdelen voorzien kost ook geld. Lees hier met welke budgetten je best rekening houdt voor het voorzien van deelmobiliteit in een woonproject.
2 Richt de standplaats in
De standplaats voor deelfietsen of deelauto’s is het uithangbord bij uitstek voor auto- en fietsdelen. De volgende zaken zijn essentieel:
- De standplaats is zo zichtbaar en toegankelijk mogelijk (liefst van op de openbare weg). Dat betekent dat ook buurtbewoners toegang moeten krijgen tot het project en ze niet gehinderd zijn door slagbomen of poorten. Hoe gemakkelijker gebruikers de deelwagens of -fietsen kunnen bereiken, hoe vaker ze ze zullen gebruiken. Deze toegankelijkheid heeft de bouwheer al meegenomen in het voorontwerp (zie fase 1).
- Er is duidelijke informatie over deelmobiliteit aan de standplaats. Zo krijgen ook voorbijgangers uitleg over wat auto- en fietsdelen is.
Uitgebreide tips voor de inrichting van een autodeelstandplaats vind je hier. Een project dat deel uitmaakt of aansluit bij een Hoppinpunt moet de richtlijnen van de Ontwerpwijzer en Huisstijlgids Hoppinpunten volgen.
Op het openbaar domein is het lokaal bestuur verantwoordelijk voor de inrichting, op privaat terrein is dit de taak van de ontwikkelaar. De aanbieder van gedeelde mobiliteit stemt af met deze partijen welke plaatsen beschikbaar worden gesteld voor auto- of fietsdelen.
3 Communiceer
De bouwheer, het lokaal bestuur en de aanbieder van gedeelde mobiliteit werken samen om de deelwagens en -fietsen bekend te maken bij de (nieuwe) bewoners. Informeer bewoners over het concept autodelen en geef specifieke informatie mee over de deelwagens en -fietsen in het project. Deze actie voer je ook uit in alle volgende fasen.
Gebruik dit communicatieplan om aan de slag te gaan.
Fase 3: oplevering
Je onderneemt twee acties:
- Plaats de deelvoertuigen
- Communiceer
1 Plaats de deelvoertuigen
De deelauto’s en -fietsen moeten beschikbaar zijn op het moment dat de nieuwe bewoners intrekken. De aanbieder die de voertuigen voorziet, stemt af met de bouwheer of het lokaal bestuur (zie fase 1) om de deelauto’s of -fietsen te plaatsen op het moment dat de standplaats voorzien is.
Het is niet altijd gemakkelijk om te voorspellen wanneer een project opgeleverd zal worden. Lukt het niet om de timing goed af te stemmen, denk dan na over alternatieven. Mogelijke afspraken kunnen zijn:
- Je voorziet een conventionele deelwagen wanneer een elektrische deelwagen niet tijdig voorzien kan worden;
- Je geeft een abonnement voor deelwagens uit de buurt of voor het openbaar vervoer in de periode tot de deelwagen er is
- Je voorziet een reguliere deelfiets tot een elektrische deelfiets voorzien kan worden
2 Communiceer
Wanneer de eerste bewoners verhuizen moet je hen goed informeren over de mogelijkheden en voordelen van auto- en fietsdelen. Enkele aandachtspunten:
- Informeer de bewoners persoonlijk over hoe ze auto- of fietsdelen bij hun nieuwe woonst kunnen gebruiken (bv. op een verhuisdag, een infomoment of via een persoonlijk aanspreekpunt)
- Stimuleer de bewoners om auto- of fietsdelen eens uit te proberen.
Je kan steeds beroep doen op dit communicatieplan voor auto- en fietsdelen in woonprojecten.
Fase 4: gebruik
Je onderneemt twee acties:
- Communiceer
- Evalueer
1 Communiceer
Blijf ook in deze fase de communicatie over auto- en fietsdelen herhalen. Inspiratie kan je vinden in deze communicatiestrategie.
2 Evalueer
Ook wanneer de deelwagens of -fietsen in het woonproject staan, moet je opvolgen of ze nog steeds bijdragen aan je vooropgestelde doelstellingen. Je kan data op verschillende manieren verzamelen:
- De aanbieder van gedeelde mobiliteit geeft periodiek (minstens jaarlijks) de cijfers door over het gebruik van de deelauto’s of -fietsen.
- Bevraag de gebruikers van de deelauto’s of -fietsen over hun ervaring
Op basis van de verkregen data kan je het aanbod en de communicatie erover bijsturen in functie van het bereiken van je doelstellingen.
Des questions? Contactez-nous
Par e-mail