Ga verder naar de inhoud
Ga verder naar de inhoud

Hoe richt je een au­to­deel­par­keer­plaats in?

Welke parkeerborden zijn nodig? Hoe maak je de standplaats zichtbaar voor gebruikers en niet-gebruikers? En wat met laadinfrastructuur? We zetten hieronder alles op een rij. 

Verplichte signalisatie

Een parkeerplaats voor autodelen moet aangeduid worden met een P-bord (E9a) in combinatie met een onderbord met de vermelding “autodelen”. Alleen zo is de inrichting van de standplaats conform artikel 70.2.1 van het Belgisch verkeersreglement. Alle vaste voorbehouden parkeerplaatsen en parkeerplaatsen op autodeelhubs moeten zo’n signalisatie krijgen. 

Je kan nog een tweede, wit onderbord toevoegen waarop de naam van een autodeelorganisatie vermeld staat. (met foto van E9a + autodelen + wit onderbord) Zo weet de autodeler welke parkeerplaats voorbehouden is voor de deelwagen waar die op dat moment mee rijdt. 

De wegcode staat toe om maximaal één onderbord aan te brengen bij een P-bord. Dat betekent dat het witte infobord met de naam van de autodeelorganisatie geen enkele juridische waarde heeft. Standplaatsen voor één specifieke aanbieder voorbehouden kan enkel wanneer die aanbieder ook op het eerste, blauwe onderbord wordt vermeld en deze regulering in het gemeentelijk parkeerbeleid is opgenomen. 

Een privéwagen die op een autodeelstandplaats parkeert, is echter wel in fout en kan hiervoor beboet worden.

Signalisatie voor elektrische deelauto's

Voor elektrische deelauto’s moet je ook laadinfrastructuur plaatsen. Voor de meeste autodeelorganisaties is het cruciaal dat zij zelf kunnen inplannen wanneer ze de deelauto’s laden, omdat ze hun engagement naar de gebruikers en hun gemaakte reservaties maximaal moeten kunnen nakomen. Dit is enkel mogelijk wanneer laadinfrastructuur exclusief toegewezen wordt aan deelwagens. Zeker voor vehicle-to-grid-wagens is het essentieel dat de wagen steeds aan dezelfde laadpaal komt te staan. 

In de praktijk betekent dit dat deelwagens met een vaste voorbehouden standplaats ook exclusief toegewezen laadinfrastructuur krijgen. Daarom voorzie je op deze standplaatsen het P-bord (E9a) waarop het symbool voor elektrische voertuigen al is aangebracht in combinatie met het onderbord “autodelen”. Je kan ook pijltjes toevoegen zodat het duidelijk is welke parkeerplaats(en) voor autodelen bestemd is.

Wie staat in voor handhaving?

Een parkeerwachter kan enkel handhaven op het feit dat het geparkeerde voertuig een geldige parkeerkaart heeft. Parkeert een benzinewagen foutief aan een laadpunt, dan moet de vaststelling gebeuren door een bevoegd persoon.

Volg hierbij de hiërarchie van de wet. 

  • Een niet-geconnecteerde wagen valt onder de bevoegdheid van de politie op basis van de wegcode.
  • Een geconnecteerde wagen valt onder de bevoegdheid van parkeerwachters die handhaven op basis van een gedepenaliseerde inbreuk. 

Ziet een parkeerwachter een niet-geconnecteerde wagen? Dan verwittigt die de politie (of een ander persoon bevoegd voor gepenaliseerde inbreuken) om de vaststelling te doen. 

Voor elektrische deelauto’s die parkeren op autodeelhubs is het vooral belangrijk dat de autodeelhub in kwestie voldoende laadpalen heeft. Hou daarbij rekening met een toekomstige, verdere elektrificatie van de autodeelvloot. Duidelijke signalisatie creëert zichtbaarheid voor elektrisch autodelen en verhindert foutparkeren.

Zichtbaarheid

Een duidelijk zichtbare parkeerplaats is noodzakelijk om de herkenbaarheid van het concept autodelen te vergroten. Een parkeerplaats voor autodelen draagt zo bij tot de promotie van duurzame mobiliteit. Daarnaast zorgt extra zichtbaarheid ook voor een betere handhaving. Een niet-autodeler zal minder snel “per ongeluk” op een herkenbare parkeerplaats voor autodelen gaan staan.

Er zijn drie manieren om een parkeerplaats voor autodelen extra visibiliteit te geven: 

Grondmarkeringen zijn niet op elke parkeerplaats mogelijk. Waterdoorlatende plaatsen of parkeerplaatsen op een kasseiweg maken het moeilijk om iconen aan te brengen. Het parkeerbord blijft zo ook de belangrijkste ingreep om autodelen zichtbaar te maken. Autodeelstandplaatsen op privéterreinen kunnen meer mogelijkheden bieden om zichtbaarheid te creëren.

Maak parkeerplaatsen ruim genoeg

Niet elke gebruiker is even ervaren in parkeren. Autodelers wisselen vaker van voertuig en rijden over het algemeen minder vaak dan de modale Vlaming. Een ruime, bovengrondse parkeerplaats is daarom aangewezen. Zeker op plaatsen voor elektrische deelwagens is extra ruimte gewenst: de stekker en kabel nemen immers ook ruimte in. Haaks parkeren is ook gemakkelijker dan langsparkeren. 

Tot slot zijn autodelers sowieso gebaat bij extra toegankelijkheid. Sommige autodelers reizen met de (plooi)fiets naar een autodeelstandplaats, nemen kinderstoelen mee of andere voorzieningen voor hun trip. Een goed bereikbare, ruime parkeerplaats is dus een vereiste. 

Sensoren

Sommige gemeenten handhaven het parkeerbeleid via sensoren die ingebouwd zijn in de parkeerplaats. Deze sensoren detecteren of een wagen geparkeerd staat op een bepaalde parkeerplaats en kunnen in sommige gevallen ook detecteren of dit een deelwagen is of niet. Ingebouwde parkeersensoren maken de handhaving van je parkeerbeleid op die manier gemakkelijker. 

Parkeerbeugels zijn geen goed idee

Parkeerbeugels lijken een zeer effectieve oplossing tegen foutparkeerders omdat die niet-autodelers fysiek verhinderen om een autodeelparkeerplaats te gebruiken. Hou er rekening mee dat parkeerbeugels ingaan tegen het principe dat een parkeerplaats altijd het algemeen belang moet dienen. Stilstaan op een parkeerplaats voor autodelen is ook voor privéwagens toegestaan. Het gebruik van parkeerbeugels verhindert dit en is daardoor af te raden. 

Daarnaast zijn er verschillende redenen waarom parkeerbeugels geen goed idee zijn: 

  • Een parkeerbeugel legt een grote werklast bij de autodeelorganisatie, die zelf instaat voor de aanschaf, plaatsing en het onderhoud ervan;
  • Een deelwagen die constant over de beugel rijdt bij het parkeren, gaat makkelijker kapot en laat de kosten voor de autodeelorganisatie oplopen;
  • Parkeerbeugels kunnen enkel geplaatst worden op vaste voorbehouden parkeerplaatsen voor deelauto’s en zijn dus geen algemene oplossing voor foutparkeren op autodeelparkeerplaatsen;
  • De gebruiker ervaart onnodige stress door in drukke straten van de parkeerplaats te rijden en dan nog snel de parkeerbeugel omhoog te moeten doen. Maar wie dit vergeet, krijgt bij terugkomst ten onrechte de schuld van verkeerd geparkeerde auto’s, terwijl de foutparkeerder uiteraard de overtreding begaat.

Strikte en frequente handhaving bieden dus een betere oplossing tegen foutparkeren dan deze beugels.  

Vragen? Contacteer ons!

Stuur een mail

email hidden; JavaScript is required

Bel ons tijdens kantooruren